In de vorige blog vertelde ik jullie al hoe we voor de eerste keer op reis zijn geweest zonder auto. Ik beschreef de vele voordelen van reizen met de trein en stipte aan waarom we die auto niet nodig hadden tijdens onze reis.

Dat was eigenlijk niet helemaal juist.

Begrijp me niet verkeerd, we zijn tijdens de paasvakantie wel degelijk met de trein van Roeselare naar Kassel gereisd. Er is een kudde paashazen in Frankfurt Hbf die dat kan bevestigen. (voor foto: zie helemaal onderaan) Maar ter plaatse ... hebben we wel degelijk even een auto gebruikt. De reden is eenvoudig: als we op reis zijn, dan willen we iets zien en iets doen. Voor ons geen hotel of resort waar we een dikke week liggen schimmelen, wel een boeiende regio waar we volop 'must sees' kunnen afvinken. Kassel had en heeft heel wat te bieden, maar we wilden ook het stuwmeer aan de Edersee zien, de imposante eeuwenoude eiken in het 'Urwald van Sababurg', de kastelen van Doornroosje en Sneeuwwitje en de toren van Rapunzel. Wonderbaarlijke plekken in Sprookjesland die middels twee à drie uur reizen met het openbaar vervoer wel te bereiken waren, maar ook op amper een half uurtje rijden met de auto. Bij het plannen van de reis was dus snel duidelijk geworden dat we een auto voor enkele dagen toch wel nuttig zou kunnen zijn. En als ik zeg 'even een auto gebruikt', stel je daar dan vooral geen gewelddadige carjacking of vernuftige hacking bij voor.

De zetel kon alle kanten uit, maar de wagen zelf een millimeter naar voor krijgen: ho maar!

We hadden gewoon op voorhand een huurwagen gereserveerd die ons zou staan opwachten aan het station van Kassel. Niets al te fancy, gewoon de simpelste Volkswagen Polo die we konden vinden. Een simpel karretje, niet te duur en zonder al te veel snufjes. Bewust, want los van de prijs voelen we ons ook meer op ons gemak met een eenvoudig gezinsautootje. Je wil nu eenmaal niet opdraaien voor een peperduur stuk elektronica als je per ongeluk een macchiato op je dashboard morst natuurlijk. Maar bon, stipt als we zijn, gingen we al een kwartiertje vòòr 9 uur aankloppen in het kantoortje. Voorbarig, zo bleek. "Jullie auto staat nog niet klaar, maar voor een kleine meerprijs kunnen jullie nu meteen met een duurder model vertrekken", aldus de bediende. "Goh, das ist sehr freundlich aber nein danke", repliceerden we in ons beste Duits. 't Is vakantie, we hebben tijd, we zijn niet gehaast. Zodoende gingen we eerst een koffietje drinken (dan konden we die al niet over het dashboard kieperen) en keerden we twintig minuutjes later weer terug. Dit keer geen probleem, alleen was ons Polootje er nog altijd niet. In plaats daarvan kregen we - voor de zelfde prijs - de sleutels van een blinkende Mercedes C180. Geen idee of die C180 een soort van cupmaat is trouwens (ik ken echt zeer weinig van auto's), maar het was wel duidelijk dat het een iets duurder model was dan een Volkswagen Polo. Serieus boven mijn 'paygrade' alleszins.

De pedalen kwijt

Tweede verrassing: de automatische versnellingsbak. Omdat ik in de bijna 20 jaar dat ik over een rijbewijs beschik altijd manueel had geschakeld, hadden we wijselijk ook een dergelijk type voertuig gereserveerd. Maar 'onze Mercedes' schakelde automatisch. Alleen wisten we dat niet bij het instappen en hadden we dat uit de beknopte erklärung ook niet begrepen. Onze eerste drie minuten in onze nieuwe bolide bestonden er dan ook in dat we op de parking ietwat knullig zaten te proberen om het ding in beweging te krijgen. De zetel kon alle kanten uit, maar de wagen zelf een millimeter naar voor krijgen: ho maar! Gelukkig was een van de medewerkers van het verhuurbedrijf erg begripvol en vond hij het zelfs niet eens zò belachelijk dat hij me nog eens moest tonen aan welk knopje ik mocht komen en waarom ik precies een pedaal kwijt was.

Nu, ik moet bekennen: een keer je weet hoe zo'n 'automatiek' werkt, rijdt dat bijzonder vlot en aangenaam. Ik plakte zelfs maar één keer tegen het stuur, toen we na een tijd rijden even uit het oog verloren waren dat er geen pedaal moest ingedrukt worden om terug te koppelen en we onze voet dus maar iets te abrupt op de rempedaal hadden gezet. Voor de rest was het best fijn rijden en konden we de sprookjeskastelen afvinken aan een tempo waar zelfs Maximus van Rapunzel een puntje zou kunnen aan zuigen. Het was dan ook wel met een béétje spijt in het hart dat we ons voertuig op dag 3 weer terug aan het station moesten gaan parkeren. Al waren we vooral ook blij dat de meneer van de verhuurfirma in een doorgedreven controle geen recent opgelopen krasjes of blutsen wist te ontdekken. Daarna was het weer zonder auto en waren we weer 'op onszelf' aangewezen.

Nu ja, dat klinkt nu dramatisch, maar dat was het dus niet. Het grootste deel van onze reis beschikten we niét over een dikke vette Mercedes en het is niet dat we elkaar dan uren na elkaar zielig zaten aan te staren op het terras van ons vakantiehuisje. Dat zou gezien de stralende zon, de schitterende omgeving en mijn drie immer bevallige meisjes trouwens nog niet eens zo zielig geweest zijn. Maar we zeiden het al: als we op reis gaan, zitten we niet stil en willen we in beweging zijn. En dat deden we dus, ook zonder wielen.

Je wil liever niet opdraaien voor een peperduur stuk elektronica als je per ongeluk een macchiato op je dashboard morst

Concreet betekende dat vooral dat we dagelijks van aan de halte vlakbij ons vakantiehuisje met de regiotram van en naar Kassel Hbf spoorden. Onze oudste dochter had daarbij de gewoonte steevast vrolijk te wuiven naar de trein- of trambestuurder. Een sympathieke geste die al eens een vrolijke claxongeluid opleverde, maar één keer ook een uitnodiging van de machinist om de rit vanuit de besturingscabine te volgen. Topmomentje natuurlijk, ook al bleef de conversatie over de wonderen der Duitse spoortechniek tussen de sympathieke machinist en mijn dochters beperkt tot het vruchteloos opsommen van mogelijke talen die ze misschien begrepen (hij) en het bedeesd van neen schudden (zij). Desalniettemin: een fantastische ervaring.

De rest van onze verplaatsingen verliep eigenlijk vrij eenvoudig: te voet. En het moet gezegd: wat dat betreft zijn mijn echtgenote en ikzelf apetrots op onze twee dappere dochters. Gemiddeld bijna 20.000 stappen per dag, berg op en berg neer, da's niet mis voor kinderen van 7 en 9. Een indrukwekkende klim in het befaamde bergpark van Wilhelmshöhe (en dan weer naar beneden), soms wat saaie straten om een trein te halen of op zoek naar proviand, de hele stad zowat in alle richtingen doorkruist ... En dan als wij even uitrusten op een bankje nog de energie om in bomen te klimmen.

Serieus wat calorieën verbrand dus. Al een geluk dat een vetrijk dieet wat ons betreft evenzeer bij een geslaagde reis hoort!

GP Baunatal: de familie Vansteenkiste vs. Pizzaman

Hebben we dan geen nadelen ervaren aan onze mobiliteitskeuze op reis? Maar echt niks? Wel... er was natuurlijk de eerste avond. Die avond waren we omstreeks 18 uur in ons vakantiehuisje beland. Eens geïnstalleerd was het de bedoeling dat we dat een paar kilometer zouden stappen tot in het dorp, om daar een stevig avondmaal te nuttigen. Iets met schnitzels of zo, ja klar! We hadden vooraf opgezocht waar dat kon en of het wel open was. Wat we niét gedaan hadden, was reserveren. Een fout zo bleek, want het restaurant in kwestie bleek de enige bron van voedsel in het dorp en zat dan ook afgeladen vol. Vervelend, temeer daar de dochters toch stilaan door hun krachten zaten en er in het dorp ook geen bakker, frietkot, supermarkt, slager, poelier of kruidenier te vinden was. Een standbeeld van de gelaarsde kat, dat dan weer wel.

Er bleek één alternatief voor een avondlijke hap en dat was 'Bei Toni', een pizzeria. Een welkome oplossing, al was eten 'bei Toni' zelf niet mogelijk. De keuzes waren afhalen en leveren. En omdat koude pizza al even mottig is als pizza in de kou, opteerden we voor een levering-aan-huis. We gaven ons vakantieadres en onze bestelling door en vroegen een klein beetje voorsprong. Net genoeg om zelf eerst te voet weer in ons vakantieverblijf te raken en daar dan dankbaar dampende pizza's in ontvangst te nemen. Het werd een lastige maar heroïsche wandeling, maar wel eentje met een mooie eindbestemming.

Om maar te zeggen dat de eerste maaltijd op Duitse bodem er dus niet zonder slag of stoot kwam, maar wel heel erg heeft gesmaakt. En de schnitzels? Die zijn dan alle overige dagen van onze vakantie de revue gepasseerd.