De 'noodwendigheden van het onderzoek'. Dat is de stoplap die justitie gebruikt om de ouders van Moïse Lamine Bangoura voorlopig geen informatie te moeten geven over de doodsoorzaak van hun zoon. Drie maanden al ligt het lichaam van Lamine bij een Brusselse begrafenisondernemer nadat de jonge voetballer stierf bij een uithuiszetting in Roeselare waar de politie aan te pas kwam.

Vader Jean-Pierre en moeder Marthe mogen alleen het hoofd van Lamine zien, de rest is verboden terrein. De jongeman ligt er in zijn short, in een lijkzak. Hun oudste kind schone kleren aandoen mogen ze niet, hem aanraken is verboden, hem in zijn geboortegrond in Afrika begraven is al helemaal taboe. Alle onderzoeken op het lichaam zijn nochtans achter de rug, de resultaten zitten in het dossier.

De ouders mogen dat dossier niet zien. Omwille van 'de noodwendigheden van het onderzoek'. Welke noodwendigheden? Ook daar hebben ze het raden naar. Bij elke vraag naar informatie botsen ze op een steeds groter wordende muur van stilte. Bij elke weigering van het gerecht groeit het vermoeden dat er iets niet pluis was met het optreden van de politie, die fatale maandag.

Elke ouder die een kind verloor in zulke schimmige omstandigheden zou gek worden. Zij niet. Zij blijven geloven dat de waarheid ooit aan het licht komt. De waardigheid waarmee ze in het interview in onze krant hun onmacht uitschreeuwen, staat in schril contrast met de kille botheid van justitie. Alsof het gerecht zelf in een koelcel ligt, niet in staat om te communiceren.