Keizer Karel: een volkscafé zoals er in onze stad nog maar weinig zijn. In een heerlijke uitgave van De Roede van Tielt, Tieltse caférijkdom 1900-2017, kom je alles te weten over welke cafés er in Tielt over de tijdspanne van een eeuw geweest zijn. De belangrijkste conclusie die ik eruit trek, is dat er in Tielt véél minder cafés zijn dan vroeger, en met 'vroeger' bedoel ik pakweg de periode tussen de jaren vijftig en tachtig, een periode die veel lezers van mijn stukjes zich vast nog kunnen herinneren.

Als ik vandaag de volkscafés in Tielt moet opnoemen, denk ik aan: Keizer Karel, 't Pompierke, Millennium, 't Hieltje, De Kiste en Ter Halle. Naar wat ik de voorbije jaren las over de vrijetijdsbesteding van jongeren leerde ik dat ze minder op café gaan, omdat ze vaak thuis drinken, waar de drank goedkoper is. Kan best, maar ze weten niet wat ze missen in een bruine kroeg die na een tijdje als een tweede thuis aanvoelt.

Die relatie heb ik met de Carlito, die we gerust een volkscafé 2.0 kunnen noemen. Er zijn de sanseveria's aan het raam, geflankeerd door een Eddy Merckx-fiets. Ook binnen ademt alles bruine kroeg: de hoppeplanten boven de toog en de vele portretten van coureurs, die van de Carlito des te meer een volkscafé maken. Want zoals het gezegde in Vlaanderen gaat: de koers is van ons. Het is ook een van de cafés waar De Poes wordt geschonken, gebrouwen door Stijn David, ook al een Tieltenaar. Zijn bier kreeg al vele prijzen en is intussen zelfs een succes in Zuid-Afrika. Als Tieltenaars mogen we daar trots op zijn.

Als ik met kameraden op stap ga en de Carlito gesloten is, blijven we toch vaak op onze honger zitten en vragen we ons af waarom Tielt niet meer cafés heeft. Daarom een oproep: er is veel leegstand in Tielt. Is dat geen gat voor cafébazen om in te duiken?