'Deurklinken?', hoor ik u denken. 'Is onze columniste gek geworden?' Ik kan u geruststellen: nee -- voor zover ik dat al niet was, natuurlijk. Misschien herkent u de klink van uw eigen voordeur. Spannend wel, de gedachte dat ik willekeurig klinken ging fotograferen in Tielt en er nu zeker tien mensen zullen zeggen: 'Moa, is da nie oonze klinke ip die foto?'

Als ik door onze stad wandel, heb ik een afwijking. Zodra het donker wordt, de lichten in de huizen aangaan, de gordijnen openblijven (dat geluk moet je hebben) en ik een stuk van het interieur kan zien, gaat er een siddering van genot en spanning door me heen. Ik vind het uitermate fascinerend om een glimp op te vangen van andere levens. Iemand die achter een computerscherm zit, maar nooit zal ik weten wat hij bekijkt. Iemand die zich boven een bord buigt, maar wat eet ze eigenlijk? Iemand die een kerstboom versiert, maar het eindresultaat kan ik misschien nooit bewonderen. De meeste Vlamingen hebben, in tegenstelling tot Nederlanders, de neiging om 's avonds de gordijnen dicht te doen.

Meer dan alleen maar binnenkijken bekruipt me altijd de zin om, al is het maar een uurtje, de klink naar beneden te duwen en een onzichtbaar personage te worden in andere huizen. Tenslotte is het alleen ons eigen leven dat we wérkelijk kennen. Hoe fijn zou het niet zijn om de tien voordeuren van mijn foto te openen en onzichtbaar toe te kijken hoe wildvreemden hun avonden doorbrengen? De gesprekken volgen aan tafel. Je afvragen wie straks de vaat zal doen. Wegrennen van de televisieprogramma's die worden bekeken, of net niet.

Toen ik mijn beste vriendin over mijn afwijking vertelde, zei ze verbaasd: 'Maar ik doe en denk net hetzelfde als ik ga wandelen!' Oef! Ben ik dus toch geen halvegare die u net heeft laten kennismaken met tien Tieltse klinken.