Er was een tijd dat we graag naar hem luisterden. Niet zozeer om wat hij zei - we waren het niet altijd met hem eens - maar veel vaker om de manier waarop hij het zei. Hij kon het goed zeggen. Hij hanteerde een toegankelijke beeldspraak die je niet vlug vergat. Hij sprak ook zachtjes. Je moest goed luisteren. Dat zacht spreken, dat was deels bewust, zei hij wel eens. Mensen onthouden beter en langer wat met zachtheid wordt gezegd, liet hij optekenen. En... zachtheid is geen synomiem voor zwakte, zei hij ook.

We spraken hem een laatste keer - heel uitgebreid - toen hij op het punt stond te verhuizen uit het aartsbisschoppelijk paleis in Mechelen. Hij ging met pensioen, van rust was niet meteen sprake. We verwachtten veel van dat gesprek. Maar... een hartelijk gesprek werd het niet en dat vonden wij vreemd. Om een of andere reden bleef de kardinaal gereserveerd. Zelfs toen we het over zijn geboortedorp Kanegem hadden of over West-Vlaanderen. Nee, hij zou niet terugkeren naar West-Vlaanderen. Zijn vrienden, zijn kennissen woonden in de driehoek Brussel-Mechelen-Leuven. Hij was en bleef een West-Vlaming, zei hij, maar daarvoor hoefde hij niet in West-Vlaanderen te wonen.

Danneels nam wel eens progressieve standpunten in, maar wist ze altijd zo te formuleren dat conservatievere katholieken er zelden tegen tekeer gingen.

De samenleving was veranderd en de plaats die de Kerk er in nam, was toen al fors ingeperkt. Dat zou niet meer veranderen, integendeel. En dat wist hij. Daar had hij het, denken wij, moeilijk mee. Hij had de media nooit geschuwd. Hij nam wel eens zogenoemde progressieve standpunten in, maar die wist hij altijd zo te formuleren dat conservatievere katholieken er zelden tegen te keer gingen. Hij kende zijn generatie van gelovigen - dat was de generatie van onze ouders - en hij slaagde erin hen achter zijn inzichten te scharen. Terwijl hij de deur voor wie een beetje rebels - maar niet té - op een kier liet. Hij was een bruggenbouwer, zeggen ze en dat willen we geloven. Maar hij bleef altijd op zijn hoede. Vrijmoedig sprak hij nooit. Hij bleef gereserveerd. Misschien hoort dat wel voor een kardinaal in functie, maar op die manier zou hij zeker geleidelijk uit het gezichtsveld van de gemiddelde Vlaming verdwenen zijn.

Dat verdwijnen gebeurde onverwacht veel vroeger. Amper twee maanden na ons gesprek ging de Belgische Kerk op haar grondvesten daveren toen de bisschop van Brugge seksueel misbruik bekende. In zijn val sleurde Roger Vangheluwe ook voor een deel Godfried Danneels mee. Hij zou niet meer spreken en al zeker niet meer met het gezag dat hij daarvoor had.

Sindsdien is het stil in onze Kerk. Er is alleen nog die andere West-Vlaming, mgr. Bonny, de man uit Gistel en de bisschop van Antwerpen, naar wie zowel gelovigen als niet-gelovigen bereid zijn te luisteren. Niet alleen omdat hij, zoals Godfried Danneels, het goed kan zeggen. Maar ook en vooral omdat hij het op een authentieke bescheiden manier durft op te nemen voor wat in onze samenleving maar ook in zijn Kerk niet altijd vanzelfsprekend is.