Het was middag. In de straat reden amper auto's. Ik wandelde naar huis toen ik een wit hart op een parkeerplaats zag liggen.

Ik ben een schrijver en schrijvers willen altijd meer weten: alles kan onderwerp zijn voor een column of een passage in een boek. Ik boog dus voorover: zou er aan de achterkant van het hart iets te zien zijn? Ja. 'Love you mama'.

De wind moet het hart hebben meegenomen, maar ook zonder zal de mama van dit kind weten dat het van haar houdt. Dat weet ook mijn moeder zonder dat ik het haar zeg, al zeg ik het vaak. Niet in het Engels, maar gewoon in het Nederlands: ik zie je graag, ma. Haar donkerbruine ogen krijgen dan een lichtere tint en ze knikt, waarmee ze wil zeggen: ik jou ook.

Dat we elkaar graag zien, is iets wat we in ons gezin eigenlijk nooit met zoveel woorden zeiden, maar toen ik twee jaar geleden een depressie kreeg, veranderde dat. Ik zei het vaak tegen mijn moeder om de pijn te verzachten waaronder ook zij leed toen ze haar dochter zag lijden. Zijzelf begon het ook te zeggen, omdat ook zij wist dat woorden kunnen helen.

Voor hoe ze een rots was en bleef toen ik me radeloos voelde, daar zal ik haar altijd dankbaar voor zijn. Ook de eerste herinnering aan mijn moeder is er een van alleen maar warmte en liefde: ik ben net thuis van school, zit op haar schoot en eet een Vitabiskoek.

Vandaag zit ik niet meer op haar schoot, maar voel ik er figuurlijk nog altijd de warmte van. Ik ben nochtans niet altijd de gemakkelijkste dochter geweest. Na vijf jaar universiteit besloot ik voor het onzekere pad van het schrijverschap te kiezen en daar heeft ze van wakker gelegen. Nu ik zoveel jaren later van mijn pen kan leven, is ze trots, al zal ze dat niet snel hardop zeggen. Ik wel en ik schrijf het zelfs neer: ik ben trots, ma, dat jij mijn moeder bent.