Op 6 april gebruikten David P. (50) en Patrick M. heroïne op hun appartement aan de Zeedijk. Toen P. die avond thuiskwam, was zijn kameraad er duidelijk slecht aan toe. De beklaagde zocht contact met een heleboel vrienden, maar verwittigde de hulpdiensten niet. Pas na ruim twee uur kwamen de hulpdiensten dankzij een van die vrienden ter plaatse. Op dat moment was het slachtoffer al overleden.

Volgens het openbaar ministerie was er duidelijk sprake van schuldig verzuim. "P. was bang omopnieuw in de gevangenis te vliegen en heeft eerst alle spuiten weggegooid. Hij heeft de dood van zijn vriend op zijn geweten", aldus procureur Lode Vandaele. Voor P. werd 18 maanden gevangenisstraf gevorderd.

Het onderzoek spitste zich vooral toe op de leveranciers van de drugs. De Oostendenaar Ali B. zou heroïne verkocht hebben aan Veronique D. uit Middelkerke. Die zou de drugs dan weer doorverkocht hebben aan Barbara E. en David P., al lopen de verklaringen van de verschillende beklaagden nogal uiteen.

Voor B. en D. eiste het Openbaar Ministerie 37 maanden effectieve gevangenisstraf. E. krijgt wellicht voorwaarden opgelegd. Haar ex-vriend - de man die uiteindelijk de hulpdiensten belde - staat mee terecht voor drugsbezit, maar speelde geen rol in de overdosis.

De verdediging wierp op dat de heroïne niet noodzakelijk de boosdoener was. In het lichaam van het slachtoffer werden immers ook sporen van amfetamines, morfine, medicatie en alcohol aangetroffen. Het blijft ook onduidelijk op welke manier de drugs precies tot bij Patrick M. zijn geraakt. Op 3 januari doet de rechter uitspraak.

(BELGA)