De 70 voorbij en nog altijd piloot op slalomwedstrijden

Redactie KW

Michel Rommelaere, de voorzitter van de Oostendse autoclub Seagull, is een van de oudste nog actieve wedstrijdpiloten van het land. De kranige zeventiger nam vorig jaar aan negen slalomwedstrijden deel en is dat dit jaar weer van plan. Maar de eerste regionale slalomwedstrijd organiseert hij zelf in Oostende en wel op zondag 2 april.

Michel Rommelaere, juwelier en uurwerkmaker in zijn zaak ‘t Gouden Klokje op de Vuurtorenwijk, is al jaren liefhebber van autosport. Hij is al een tiental jaar voorzitter van autoclub Seagull, die in 1977 – 40 jaar geleden – van start ging en waar Michel niet veel later lid van werd. “We hebben op dit ogenblik een twaalftal actieve leden, allemaal mensen die rally’s, rallysprints of slaloms rijden. Vroeger zijn dat er nog meer geweest, maar het is dan ook geen goedkope hobby hé.”

“Ik heb 25 jaar rally’s gereden, eerst als copiloot, later zelf als piloot”, vervolgt Michel. “Dat is toevallig gekomen: ik begon met mee te doen aan autozoektochten en bouwde zo stilaan op. Nu rij ik nog slaloms met mijn Toyota Corrolla. Dat doe ik vooral voor het amusement. Ik ken nog altijd veel mensen in de sport en word er nog altijd goed aanvaard. Ik help ook dikwijls mee aan de organisatie van rally’s als de clubs mensen tekort hebben. Dan zie ik veel piloten terug. Er heerst een goede sfeer. We zijn altijd bereid om elkaar te helpen bij problemen.”

Bewijs van dokter

“Naar Formule 1 kijk ik wel eens, maar ik had nooit ambitie om het zelf te doen. Ik heb altijd regionaal gereden. Het moet een beetje betaalbaar blijven. Je auto inschrijven, onderhouden, de brandstof… Als ik meedoe aan een wedstrijd in Limburg, dan moet je ook heen en terug naar daar. Gelukkig had ik met mijn Toyota Corrolla’s in al die jaren maar heel weinig problemen. Eerst had ik een achtertrekker, sinds 1986 heb ik een voortrekker waar ik nog altijd mee rij. En ik ben er nog altijd content van. Mijn auto roest wel, maar ik doe het nodige lap- en tapwerk.”

“Ik ben een van de oudsten die nog wedstrijden doet. Ik rij altijd met een dagvergunning“, vertelt Michel. “Om er een te krijgen, heb ik wel een bewijs van de dokter nodig. Dat vind ik een beetje onnozel. Als er iets scheelt, dan zal ik het wel merken. Ik rij over Brussel tot in Balen en dat mag zonder probleem. Maar om dan drie tot vier rondes van telkens drie minuten te rijden, moet ik een bewijs van de dokter hebben. Wat mijn vrouw ervan vindt dat ik nog aan wedstrijden meedoe? Zij zegt daar niets van.” (lacht)

Trekken en sleuren

“De andere deelnemers rijden met veel modernere wagens. Zij hebben een servostuur, terwijl ik daar aan het trekken en sleuren ben. Ik was nog nooit de laatste, maar daar lig ik niet van wakker. Mocht ik de laatste zijn, zou ik achteraf toch een pintje drinken met de andere deelnemers en ben ik blij dat ik me geamuseerd heb. Zolang het gaat, blijf ik doorgaan. Vorig jaar deed ik aan negen van de elf regionale slalomwedstrijden mee. En dat ben ik dit jaar opnieuw van plan. Aan de eerste van het jaar kan ik niet meedoen, want die organiseer ik zelf.”

“Ik ben nog nooit de laatste geweest”

“De Slalom van Oostende vindt al zeker 15 of misschien wel 20 jaar plaats op de Oosteroever, in de Liefkemoresstraat en de Victorialaan. Vorig jaar hadden we een 60-tal auto’s, wat een groot succes was”, herinnert Michel zich. “En er kwam ook redelijk wat volk kijken, een 200-tal mensen denk ik. Ik doe zelf het grootste werk, de dag zelf krijg ik hulp van Paul Peremans en van een aantal vrijwilligers. We rijden al meer dan tien jaar hetzelfde parcours.”

Mogelijk laatste keer

“Maar het is niet meer makkelijk om een slalomwedstrijd te organiseren. Voor veel mensen zijn wij allemaal doodrijders. Maar wie eens komt kijken, ziet dat het allemaal zo erg niet is. Slalom is eigenlijk een behendigheidswedstrijd. Het stadsbestuur is streng en stelt heel wat veiligheidseisen. Gelukkig hadden wij nog nooit ongelukken. Met de appartementsbouw op de Oosteroever zou het binnenkort wel eens de laatste slalom kunnen worden. Vorig jaar kon al de laatste keer zijn geweest, maar dit jaar kregen we toch weer toelating.”

“We zouden kunnen uitwijken naar de industriezone Plassendale, maar ik weet niet of ik dat zal doen. Ik ken er geen mens, terwijl er hier heel wat mensen zijn op wie ik een beroep kan doen. Je moet ook enkele aansluitende straten hebben om een circuit te kunnen maken. Ik weet nog niet of we die verhuizing nog gaan maken. Ik wil doorgaan zolang het gaat, maar of de club nog zal bestaan als ik ermee stop? Ik vrees dat het zal gedaan zijn.”

(HH)