“Al 42 jaar voor de Club”

Peter zweert bij blauw-zwart: "Clubsupporter zolang ik leef". © HH
Hannes Hosten

Zondag speelt Club Brugge de Bekerfinale. Voor trouwe Clubsupporters, zoals Peter Vandercruysse (50), wordt het een hoogdag. Peter gaat al sinds zijn acht jaar naar de thuismatchen van Club. “Ik blijf Clubsupporter zolang ik leef”, zegt Peter, die daarin wel veel kalmer is geworden dan vroeger.

Peter Vandercruysse woont alleen in de Fazantstraat en is gemeentewerkman. Al sinds zijn achtste levensjaar woont hij de thuiswedstrijden van Club Brugge bij. “In het begin ging ik mee met bakker Michel Jonckheere en zijn broer, die toen in mijn straat, de Moerdijkstraat, woonden”, vertelt Peter. “Ook in mijn familie waren er heel wat Clubsupporters. Toen moest je nog gewoon betalen aan de ingang. Ik ging altijd verder naar Club en kocht later een abonnement. Ik mis maar weinig matchen, enkel uitzonderlijk eens als ik op reis ben. Vroeger ging ik ook naar de wedstrijden op verplaatsing, maar dat ben ik gestopt.”

Waarom Peter zijn hart verloor aan Club ? “Het is een West-Vlaamse ploeg, dus niet te ver om te gaan”, legt hij uit. “Ook vind ik de sfeer er echt heel goed. We zitten altijd op dezelfde plaats in de tribune en iedereen kent er iedereen. Het gaat er gemoedelijk aan toe. Na de wedstrijd ga ik niet op café, maar vooraf spreken we wel af op de Markt van Sint-Andries om eens van gedachten te wisselen over de match.”

Waterlanders

“Bij een nederlaag had ik vroeger meer verdriet dan nu”, aldus Peter. “Nu zou ik ook nog eens vloeken, maar in mijn kindertijd waren er echt waterlanders bij. Maar bij winst ben ik natuurlijk heel tevreden. Dan zou ik alles dichte pakken (lacht). Na een wedstrijd heb ik twee dagen geen stem meer. We roepen en zingen en uiten wel eens luidkeels kritiek op de arbiter. We doen dat allemaal hé. Eén keer heb ik de scheidsrechter een match zien stilleggen omdat er met sneeuwballen werd gegooid.”

Als het nu niet lukt om kampioen te spelen, dan zal het nog 20 of 30 jaar duren

“In het begin van het seizoen kwakkelde Club, maar nu zijn ze heel goed bezig. Hopelijk blijft dat zo zondag en met de play-offs. Een tweetal jaar terug dacht ik eraan om niet meer naar de thuiswedstrijden te gaan. Ze speelden zo slecht… Echt frustrerend. Maar ik kon toch niet laten om te blijven gaan. En nu denk ik dat ze een goede kans maken om kampioen te spelen. Het is al elf jaar geleden, dus het zou echt wel eens mogen. Als het nu niet lukt, dan zal het nog 20 of 30 jaar duren. Ik hoop zelfs op de dubbel, Beker en kampioenstitel. In de jaren 70 speelde Club drie keer op rij. Maar die tijden komen niet meer terug.”

Tatoeage

Peter beschikt uiteraard ook over heel wat blauwzwarte attributen. “Een sjerp, een jas, een petje, een deken, een vlag, een wandklok… en natuurlijk een truitje”, somt hij op. “Vroeger droeg ik die outfit altijd om naar de wedstrijden te gaan, maar dat is wat verminderd. Ik ben daar kalmer in dan vroeger. Wel liet ik zes jaar terug het logo van Club Brugge om mijn bovenarm tatoeëren. Ik heb daar nog geen spijt van. Anders zou ik het niet gedaan hebben. Ik wou het al lang en heb het dan eindelijk gedaan.”

“Ik praat ook veel over het voetbal. Zelfs op het werk”, zegt Peter. “Vroeger konden de collega’s mij doen koken na een nederlaag van Club Brugge. Daar ben ik ook rustiger in geworden. Maar als ze gewonnen hebben, is het leute. Mocht ik nog meegaan op verplaatsing, dan zou ik toch één match overslaan. Die tegen Anderlecht. Ik ben anti-Anderlecht. Die mannen denken dat ze alles mogen. Vraag maar eens aan 20 mensen in Ichtegem welke voetbalploeg ze niet moeten hebben ? Er zal er maar één uitsteken. Nee, geef mij dan maar Club Brugge. Voor de Club blijf ik supporteren tot ik er niet meer ben.”

(Hannes Hosten)