Sebastien Dewaele: "Als iemand Basje roept, dan sta ik klaar voor een pint"

29/06/18 om 06:46 - Bijgewerkt om 08:25

U kent hem ongetwijfeld als Alain van Preuteleute. Of als Jezus, de komiek, niet de mensenzoon. Of als Steven, de guitige wietboer van Eigen Kweek. Voor dit gesprek is hij gewoon Sebastien Dewaele. We spreken over Oostende en de zee, over voetbal en seks, over kapers en vluchtelingen.

Het is een koele dinsdagvoormiddag. Hij draaft stipt op tijd de Mercator op, dikke trui aan, gerolde sigaret in de hand. "Waar zou het stoffelijk overschot van Damiaan gelegen hebben", werpt hij op. Ik moet het antwoord schuldig blijven. Ik ken mijn Oostendse pappenheimers nog niet. Hij wel, of toch veel. In 1936 bracht de Mercator het stoffelijk overschot van pater Damiaan naar ons land. "De Mercator is hét boegbeeld van Oostende", meent Dewaele. "Als je Oostende binnenkomt, en het schip is op zee, dan voel je een leegte."
...

Verder lezen?

Lees elke maand gratis 4 artikelen

Ik registreer mij Ik ben al geregistreerd
of

KW-abonnees hebben onbeperkt toegang tot alle artikelen van KW

Ik neem een abonnement Ik ben al abonnee

Nieuwsbrief

Ontvang dagelijks twee updates in uw mailbox met het belangrijkste nieuws uit West-Vlaanderen, aangeboden door de redactie van KW!