Thomas Telford Edmundson, gesneuveld op zijn eerste dag, begraven in Perth cemetery in Zillebeke

14/03/18 om 12:23 - Bijgewerkt om 12:21

Soldaat Thomas Telford Edmundson werd in het bijzijn van zijn familie begraven op de militaire begraafplaats Perth (China Wall) cemetery in de Maaldestedestraat in Zillebeke. Thomas sneuvelde op zijn allereerste dag in de oorlog, op weg naar het front tijdens de tweede slag om Ieper.

Thomas Telford Edmundson, gesneuveld op zijn eerste dag, begraven in Perth cemetery in Zillebeke

Thomas Telford Edmundson werd met militaire eer begraven. © (Foto EG)

Het archeologisch team van de firma Monument-Vandekerckhove NV ontdekte zijn resten in mei 2015 tijdens een opgraving in de Albertstraat in Zonnebeke. Hij kon worden geïdentificeerd door een schouderinsigne, een dagboekfragment uit de officiële oorlogsdagboeken van zijn eenheid en uiteindelijk DNA-analyse.

De betrokken archeologen waren Maarten Bracke en Bert Heyvaert. "De resten waren slecht bewaard, maar door grondige studie op het terrein konden we met zekerheid zeggen dat het om een soldaat ging die doelbewust in een veldgraf was begraven en niet zomaar achtergebleven op het slagveld", zegt archeoloog Bert Heyvaert. "De soldaat droeg uitrustingstukken typisch voor 1915. Dat was opmerkelijk, want als er soldatenlichamen worden teruggevonden in Zonnebeke gaat het meestal om mannen die gesneuveld zijn tijdens de slag om Passendale, in 1917. De Britten zaten hier slechts tijdens een korte periode in 1915. Aan de hand van zijn schouderinsigne konden we achterhalen dat het om een soldaat ging van de Durham Light Infantry (DLI)."

Delen

De kersverse 50ste divisie, die normaal nog een trainingsprogramma in Frankrijk moest afwerken, werd onmiddellijk naar het front gestuurd

"Historisch onderzoek zette ons al snel op het spoor van de 50ste Britse divisie, die vlak na de gasaanval in 1915, aan het begin van de tweede slag om Ieper, hals over kop naar dat deel van het front was gebracht. Helaas zaten er duizenden soldaten van het regiment Durham Light Infantry in die divisie. Na alle oorlogsdagboeken van de DLI-eenheden uit die divisie te hebben onderzocht, had ik besloten dat het een verloren zaak was om een spoor van die soldaat terug te vinden. De vermisten liepen immers in de honderden voor die paar dagen dat het regiment bij Zonnebeke werd ingezet. Ik mankeerde toen één dagboek, dat van het 1/7th battalion. Op dat moment had ik er geen toegang toe. Het jaar daarop deed het Britse ministerie van defensie (MOD) het historisch onderzoek nog eens over. Zij vonden net in dat éne dagboek van het 1/7th een serieuze aanwijzing. Er werd melding gemaakt van soldaat Thomas Telford Edmundson, die begraven werd aan een molen. Die molen stond vlak naast de opgravingssite. Er kon familie van Thomas Edmundson worden teruggevonden en de DNA-match bleek te kloppen. De soldaat in het eenzame veldgraf was geïdentificeerd".

Tragisch verhaal

"Het verhaal van Thomas leest als een tragedie. Hij werkte als klerk bij een bedrijf in Sutherland, Noord-Engeland", vervolgt Bert Heyvaert. "Op zijn 20ste nam hij zoals zovelen dienst in een 'territorial battalion' in het najaar van 1914. Na een intensieve training van verschillende maanden werd hij midden april 1915 naar Frankrijk verscheept. De dag na zijn aankomst in Boulogne-sur-mer lanceerden de Duitsers hun offensief bij Ieper. De kersverse 50ste divisie, die normaal nog een trainingsprogramma in Frankrijk moest afwerken, werd onmiddellijk naar het front gestuurd. De meerderheid van de jonge soldaten was nog nooit aan het front geweest, zo ook Thomas. Ze zouden hun vuurdoop krijgen in één van de zwaarste slagen die Vlaanderen in '14-'18 zou meemaken. In Poperinge stapten Thomas en de anderen van de trein en gingen te voet verder naar het front. Ze moesten zich een weg banen langs wegen die overspoeld werden door vluchtelingen, gewonden en gasslachtoffers. Voor Thomas moet het alles behalve bemoedigend zijn geweest. Langs de spoorwegbedding bereikten ze de Langemarkstraat, waar ze linksaf gingen richting het front bij St.-Juliaan. Ongeveer 1,5 km verderop hielden de Canadezen daar stand tegen wil en dank. Het front stond op instorten. Aan het begin van de laatste rechte lijn naar het front ging het al meteen mis. Blootgesteld op het hogere terrein werden Thomas en zijn lotgenoten zwaar onder vuur genomen door de artillerie. Thomas was één van de eersten die sneuvelde. Op 1,5 km achter het front stopte voor hem de oorlog. Het front kreeg hij nooit te zien. Zijn strijdmakkers verging het de volgende dagen niet veel beter. De onervaren soldaten van de Durham Light Infantry waren geen match voor de Pruisische infanterie die al een hele winter aan het front zat. Hun verliezen waren verschrikkelijk. Wanneer het bevel tot terugtrekken kwam, moesten de honderden doden worden achtergelaten op het slagveld. Zij worden herdacht op de Menenpoort. Ook de naam van Thomas Telford Edmundson staat daarop te lezen.

Familiegeschiedenis

"De ouders van Thomas droegen hun verlies hun leven lang mee. Op de zerk van hun familiegraf lieten ze zijn naam boven die van hen graveren. In de 20ste eeuw zwierf de familie Edmundson uit over Australië en Canada, maar allen droegen ze de verre herinnering aan de tragedie uit '14-'18 mee. Enkele manden geleden kwam dan het nieuws van de identificatie. De begrafenis van Thomas brengt de familie Edmundson uit al die verre hoeken van het voormalige Britse rijk weer samen in Ieper, om er afscheid te nemen van hun verre grootoom en een stukje familiegeschiedenis af te sluiten."

"De resten van soldaten worden bij Ieper regelmatig teruggevonden. Er bleven dan ook meer dan 100.000 lichamen achter die nooit werden geborgen. Hoeveel er de laatste jaren werden teruggevonden is mij niet precies bekend, maar alleen dit jaar al gaat het om een 15-tal individuen. Maar een positieve identificatie is heel zeldzaam. Identiteitsplakkaatjes waren doorgaans in geperst karton, dat ondertussen in de bodem is vergaan. Daarom is een vakkundige archeologische berging zo belangrijk. Details kunnen soms tot een doorbraak leiden. Daarvoor is een minutieuze opgraving en documentatie absoluut nodig. Vergelijk het gerust met een 'crime scene investigation'. Na het terreinonderzoek, onderzoeken archeologen en een fysisch antropoloog de stoffelijke resten en uitrustingstukken. Er wordt ook een aanzet gegeven tot historisch onderzoek. Dan wordt alles via de politie overgedragen aan de dienst oorlogsgraven van defensie, die de afhandeling regelt met de oorlogsgravendienst van het land in kwestie. Die gaan dan soms zelf nog verder met onderzoek, zoals DNA-testen. Ze regelen ook de verdere begrafenis en gaan op zoek naar familie indien er een identificatie is."

"Toevallig werden dan in 2016 de resten van Captain Henry Walker opgegraven, enkele kilometers ten noorden van die van Thomas. Henry walker sneuvelde tijdens dezelfde gevechten in april 1915, maar dan enkele dagen eerder. Walker wordt in april begraven en ook zijn familie komt speciaal over naar Ieper."

"Enkele topstukken uit de opgraving van de Albertstraat zijn momenteel ook tentoongesteld in het IFF museum in het kader van de 'sporen van oorlog' tentoonstelling", besluit Bert Heyvaert.

(EG)

Meer nieuws uit

Nieuwsbrief

Ontvang dagelijks twee updates in uw mailbox met het belangrijkste nieuws uit West-Vlaanderen, aangeboden door de redactie van KW!