VIDEOBLOG (6) : Speculoos, over overspelige liefde

12/08/14 om 16:39 - Bijgewerkt op 08/10/15 om 09:16

Bron: Kw

Elke week van de zomer serveert KW.be je poëzie of proza van de jonge sterschrijfster Lara Taveirne. Omdat dit het seizoen van de liefde is, ontvouwt zich in elke tekst een nieuwe soort liefde: een gemis, een hunker, een afschuw, een vuurwerk. Wees gulzig bij het luisteren, en laat je benevelen.

VIDEOBLOG (6) : Speculoos, over overspelige liefde


Zonder onderbroek zat ik tegenover Maria. Haar blauwe sluier was aan restauratie toe. En ze keek alsof ze het nu ook weer niet zo erg vond allemaal. Ik had nochtans echt wel met een andere man geslapen. En ik had er nog behoorlijk van genoten ook. Mijn handen roken nog naar hem.

Hij had mijn onderbroek uit het raam geschoten zoals hij dat als jongetje met elastiekjes deed. Langzaam was de onderbroek terecht gekomen op de speelplaats waar zijn raam op uitkeek.

Ik durf nooit meer naar huis, dacht ik, daar in die kerk. Hij zou gekookt hebben. Sowieso. Ik verlangde plots ontzettend naar een hele slechte man. Een die me sloeg en me bij mijn haren door de kamer sleurde.

Het ergste was dat ik zeker wist dat hij het zou ruiken. Als het nu maar begon te regenen. Zou een plensbui de zonden weg kunnen wassen? Dat bracht me op een idee. In het wijwatervat waste ik mijn handen en wat nog allemaal gewassen moest worden. Beslist geen bidet, zo'n marmeren schelp op schouderhoogte.

Ik fietste naar huis en vroeg me af wie van de mensen om me heen het begreep. Het kortgerokte meisje aan de overkant van de straat of het mannetje dat kromgebogen door de tunnel in het Citadelpark liep? Een ring voor ontrouw, dat was nog eens een idee. Dan konden we naar elkaar knipogen. Of ons verenigen, nog beter. En elk jaar zouden we een trouwe bekeren. Rozenblaadjes en rijst. We zouden op niks besparen.

Ik kwam een vriendin tegen. Je ruikt naar seks, zei ze en ze had me niet eens gekust.

Ik denk dat ik zestien rondjes rond het Citadelpark heb gefietst in de hoop dat de geur van me af zou waaien. Tot ik de oplossing wist. In mijn handtas zat een speculoosje, zo eentje dat je gratis bij de koffie kreeg.

Mijn vriend sloeg zijn hand voor zijn mond toen ik binnen kwam.

,Wat is er gebeurd?'

Ik begreep het al. Ik zag er even geschaafd uit als ik me voelde. Je gezicht wassen met een verbrijzelde speculoos, dat was geen goed idee.

Waar ik van plan was om het bij verzwijgen te houden, moest ik nu een volledig verhaal bijeen verzinnen. Ik was in de Botanische tuinen in een plant gevallen. Allergische reactie en zo. Wat ik in godsnaam in de Botanische tuinen deed? Weer een heel verhaal. Hij slikte het. Ook dat de dokter mijn onderbroek had moeten doorknippen.

Ik slaagde dat jaar met onderscheiding op de toneelschool.

Hij sloeg zijn armen om me heen, maar meteen duwde hij me weer van zich af. Hij weet het, dacht ik. Hij bekeek me heel lang. Zijn hand ging al omhoog. Nu zou ik geslaan worden. Ik zou geen aangifte doen. Ik deed mijn ogen alvast dicht. Met zijn vingers streelde hij mijn gehavende gezicht. ,Mijn klein speculoosje, ga nu maar zitten, het eten is klaar.'

Nooit, nooit, nooit, nooit, nooit ben ik nog ontrouw, zei ik in mezelf. Maar bij de koffie bedacht ik dat speculoos geweekt in wijwater wel eens de sublieme oplossing kon zijn.

Meer nieuws uit